Carl Rogers is de grondlegger van ons humanistische gedachtegoed. Hij ontwikkelde zijn non-directieve therapie, waarbij de therapeut voorwaarden schept waarbinnen de cliënt zijn of haar eigen weg kan ontdekken. Rogers benoemde drie basiscondities, die de cliënt nodig heeft om tot verandering te komen:

  • Empathie: de therapeut leeft zich in in het perspectief van de cliënt
  • Onvoorwaardelijke acceptatie: de therapeut gaat uit van een positief mensbeeld en oordeelt niet, maar maakt contact vanuit een niet-wetende, nieuwsgierige houding om samen op zoek te gaan naar wat er nodig is.
  • Congruentie/echtheid: de therapeut is eerlijk over wat er in het therapeutische contact voelbaar is en spreekt zich hierover uit.

Gaandeweg ontwikkelde het vakgebied zich, onder andere door ideeën van Laura Rice over cognities en door Eugene Gendlin over focusing. Door aandacht te geven aan innerlijke processen en daar woorden voor te vinden, kan een client meer duidelijkheid vinden over wat er in hem of haar omgaat.

Leslie Greenberg ontwikkelde met collega’s de Emotion-Focused Therapy, waarin een proces-directieve houding centraal staat. De therapeut stuurt de therapie niet op inhoud, maar stuurt het proces door de cliënt in contact te brengen met zijn of haar emoties. Het ervaringsgerichte, experiëntiële aspect is in EFT verder uitgewerkt. Als de emoties beleefd kunnen worden, kan er verandering optreden van binnenuit.

Klik hier voor meer informatie over Persoonsgerichte experiëntiële Psychotherapie.