In 2015 werd de commissie Meurs ingesteld om een advies op te stellen hoe verantwoordelijkheden van zorgverleners binnen de GGZ geregeld moesten worden. Uitkomst was o.a. dat het begrip ‘regiebehandelaarschap’ werd ingevoerd. De commissie adviseerde de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de regiebehandelaar en medebehandelaren vast te leggen in een kwaliteitsstatuut. Dat werd per 1 januari 2017 van kracht. In oktober 2018 heeft het Zorginstituut Nederland aan partijen in de GGZ gevraagd dit kwaliteitsstatuut door te ontwikkelen en aanpassingen te maken. Op het punt van het regiebehandelaarschap kwamen partijen echter niet tot overeenstemming.

Het Zorginstituut heeft vervolgens de verantwoordelijkheid voor realisatie van het onderdeel Regiebehandelaarschap overgenomen. Daartoe is de Kwaliteitsraad gevraagd een advies te schrijven. Het resultaat daarvan is het ‘Concept Generieke Module Indiceren en Coördineren van zorg in de GGZ’. Partijen, waaronder ook de VPeP, is gevraagd om commentaar hierop te geven.

De module heeft als uitgangspunten bijv. ‘goede zorg’, ‘cliëntgerichte aanpak’ (!), en ‘samen leren en verbeteren’. En de module maakt onderscheid tussen twee onderdelen van het zorgproces, die worden uitgevoerd door de ‘indicerend zorgverlener’ en coördinerend zorgverlener’.

De hele concept module is hier te lezen.

Het schriftelijk commentaar van het bestuur is hier te lezen.